BESCHOUWING

OVER HET NATUURGEBIED “DE OOSTVAARDERSPLASSEN”


Aan de Oostvaardersplassen is de status van natuurgebied toegewezen. Door een wetenschappelijke International Commission on Management of the Oostvaardersplassen (ICMO) zijn beleidscriteria voor dit natuurgebied ontwikkeld. Door ICMO is voorgesteld de natuur (voortplanting en selectie van de ingebrachte grazers) op zijn beloop te laten.Voor de beheersing van het maximaal aantal dieren is gekozen voor het reactief doden en uitdrukkelijk niet voor het preventief steriliseren van dieren.

Door de betrokken overheden en diensten is besloten tot- of ingestemd met de uitvoering en begeleiding van het project conform de voorgestelde beleidscriteria. De uitvoering en begeleiding van het project voldoet niet aan de criteria en voornemens betreffende beschutting en voorziene verruiming van het leefgebied. Een ecologische verbinding met natuurgebieden buiten Flevoland lijkt volstrekt onhaalbaar.

Het natuurgebied is gedegradeerd tot een met name in de winter onleefbaar leefgebied voor de betrokken dieren. De verslechterde leefomstandigheden hebben geleid tot een toename van dierenleed. Ondanks deze ontwikkeling is de maximale belasting van het gebied gehandhaafd. Deze al jaren bij alle betrokken partijen bekende funeste ontwikkeling heeft niet geleid tot adequate beleidsaanpassingen om de degradatie en het toenemende dierenleed te stoppen.

Deze feiten leiden tot de conclusie dat de verantwoordelijke beleidsmakers, uitvoerders en toezichthouders niet in staat of bereid zijn het gevoerde beleid te wijzigen.
Hierdoor ontstaat de indruk dat men zich – naast de machteloosheid jegens de degradatie van de natuur – ook geen raad weet met een nog nijpender ethisch probleem: het creperen ( ellendig sterven / sterven van gebrek ) van de grazers.
Deze ethische blindheid is typerend voor kostbare overheidsprojecten waarin morele aspecten zoals dierenwelzijn – als die al aan bod komen – hoogstens een te verwaarlozen prioriteit hebben.
De verantwoordelijke instanties en betrokken wetenschappelijke adviseurs hebben tot nu toe geen initiatieven getoond om het toenemende dierenleed daadwerkelijk te stoppen.
Bezorgdheid, aanbod van hulp en klachten van bij natuur en dierenwelzijn betrokken burgers en organisaties vindt geen gehoor, mede omdat men zich niet met wilde dieren mag bemoeien. Wat is het statusverschil tussen een lijdend dier in het algemeen en een lijdend “wild dier”?

Het roept ook de vraag op in hoeverre dierenleed überhaupt wordt onderkend en wat daar dan mee wordt gedaan. Velen betuigen hun medeleven, maar weinigen zetten dat in daden om. Of het nu om mensen, dieren of natuur gaat: het lijden moet stoppen.
Het is in ons gevoelloze tijdperk van juridisme gebruikelijk om het lijden te laten plaatsvinden, intussen te bezien of er wetten worden geschonden en achteraf een eventuele dader te straffen. In feite wordt het toebrengen van leed gedoogd en actief beschermend handelen verhinderd.
Wij nemen het activistische standpunt in dat lijden onmiddellijk moet stoppen áls het gebeurt en bij voorkeur preventief vóór het gebeurt. En dan denken wij eerder aan steriliseren en verplaatsen dan aan doden.

We zien hoe met de dieren en hun leefgebied ook het OVP project crepeert en in meningsverschillen verzandt. Rond het project groeit een brede kloof tussen wetenschap en compassie, tussen de letter van de wet en de geest van de wet, tussen politieke macht en ethische kwetsbaarheid.
Zijn de bij het project betrokken “deskundigen” goede herders gebleken? Kennelijk niet.
Waarom wordt hun visie dan als Partijlijn van de PvdD overgenomen?

Marius Donker



oost-karkas-oostvaardersplas